Love all, trust a few, do wrong to none – William Shakespeare

"Liegen of bedriegen, vertellen of zwijgen?"

Vertrouwen is de basis van het leven. Op vertrouwen is alles gebaseerd. Ik denk dat de meeste mensen een aangeboren vertrouwensysteem hebben, net zoals het aangeboren taalsysteem. Als kind vertrouw je eigenlijk iedereen, je oom, de caissixe8re aan wie je het geld mag geven en het geld van terug krijgt ook al kan je nog niet tellen laat staan rekenen, je ouders. Je hebt vertrouwen in de medemens. Naarmate je ouder wordt groeit het vertrouwen, je leert mensen inschatten en te luisteren naar je intuxeftie. Op de middelbare school gooi je je tas ergens in de hoek en je bent zelf op een hele andere plek, alle waardevolle spullen in je tas, daar denk je niet eens aan. Op het HBO laat je je tas in het lokaal liggen ook al zit er maar xe9xe9n klasgenoot. Je leent je spullen uit, en vertrouwt erop dat je ze terug krijgt. Je vertelt je diepste geheimen tegen je beste vrienden, en soms ook wel tegen mensen die je net een dag kent. Juist omdat je deze mensen vertrouwt, en omdat jouw intuxeftie je vertelt dat het kan. Vanzelfsprekend ga je ervan uit dat deze mensen het niet van de daken zullen schreeuwen. Bij de een heb je een goed gevoel, en vertel je het de eerste dag dat je hem spreekt, bij anderen duurt het jaren voordat je een geheim durft te delen. Maar dit kan ook doordat je niet wilt dat anderen een ander beeld van je krijgen.

Aan jou vertelde ik mijn geheimen na drie dates, die eigenlijk niet eens dates waren te noemen. Ik deed dit omdat ik jou verrtouwde. Naarmate het jaar vorderde brokkelde mijn vertrouwen in jou stukje bij beetje af. Mijn vermogen om mensen te vertrouwen is zwak en sporadisch. Bij de een duurt het een tijd, bij de ander is het er binnen een dag. Jij kreeg mijn vertrouwen, omdat ik vond dat je dat verdiende maar langzamerhand was ik daar niet zo zeker meer van.

Vandaag heb ik besloten om jou mijn vertrouwen weer te geven, want als ik jou niet kan vertrouwen, wie kan ik dan wel vertrouwen? 

25 January 2011
By on 10:02
Love all, trust a few – William Shakespeare

'Well let me think let me think . What should I do? So many eager young bunny's that I'd like to pursue.. Even now they eating out the palm of my hand, there's only one carrot and they all gotta share it'

24 January 2011
By on 16:29
‘Suspicion always haunts the guilty mind’ – William Shakespeare

'Valt het jou wel eens op dat iedereen uren kan doorzagen over ongelukkige liefdes en nooit iets weet te zeggen over een liefde die gelukkig is? Zo'n ongecompliceerde relatie met een gewone, hartelijke vent, of een gewoon lief meisje, daar valt niks over te zeggen.'

Ik kom binnen en je bekijkt me slaperig, weet niet goed wat te zeggen. Je zwarte t-shirt van een discotheek uit Salou siert je lichaam samen met je grijze broek die je hebt aangetrokken omdat ik ongeduldig op de deurbel aan het drukken was. Jij duikt terug je bed in want ik kwam voor het ontbijt op bed. Ik staar uit het keukenraam en vraag me af wat ik hier ook alweer doe. In godsnaam, welke redenen heb ik om hier, in jouw keuken, te staan? Op dat moment kan ik er geen bedenken, terwijl wanneer ik even later op je twee verschillende kleuren blauwe, in elkaar overlopende, op een Worditem lijkende, dekbed lig, ik duizenden reden kan bedenken. Terwijl ik nog steeds naar buiten staar hoor ik jou stem vanuit de slaapkamer, of alles lukt vraag je. Ik herpak mezelf en besluit te doen waarvoor ik gekomen was: ontbijt op bed. 

Omdat ik mij al vaker in jouw keuken heb begeven weet ik wel waar het staat. Er is iets anders in de keuken maar ik kan mijn vinger er niet echt opleggen, later vertel je mij dat je een droger hebt, heel vreemd dat het niet is opgevallen. De vriezer is nog steeds een vriezer die ik aanzie voor koelkast, en in je koelkast staat beenhamsaus die al meer dan een week over datum is. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen, of je nou een IQ van 75 of 129 hebt, een eitje kan bakken. Zo ook ik, helaas gebruik ik volgens jou te weinig ham en is het eigeel nog niet hard genoeg. Op deze manier zie ik je wel heel charmant eten in je pyjama en ongewassen lichaam. '

Ik zit op je bed, we praten wat, lachen wat, maar het is geen moment stil. Dat is een reden waarom ik hier ben, omdat we zo serieus en nutteloos tegelijk kunnen kletsen. Als ik nadenk over alle onderwerpen waarover we het gehad hebben maakt mijn hoofd overuren. En als ik me afvraag wat jij vond van deze vreemde middag kan ik blijven denken tot de volgende keer dat ik je weer zie, als ik je weer zie.

Of ik nou aan de andere kant van het bed lig, of naast jou in je armen, ik voel me op mijn gemak. Ik voel de ongedwongen sfeer, niets moet. Alles mag zolang het goed voelt. Als ik terug denk aan die middag heb ik het idee dat het wel goed zit. Maar als ik terug denk aan vanaf het moment dat ik de deur ben uitgestapt denk ik dat het niet goed zit. Maar misschien is dat ook wel weer goed?

Duizend redenen kon ik bedenken op het moment dat ik op jou vreemde dekbed lag, en zelfs op het moment dat ik in je armen lag. Maar nu kan ik er weer geen bedenken.

22 January 2011
By on 20:41
Baby steps in the right direction

Het leven gaat de goede kant op. Ik neem hele kleine stapjes, maar het komt wel goed met me. Ik ben de drempel over gegaan, en heb hulp gezocht. Ik heb mijn zus alles verteld, en alles viel op zijn plaats bij haar. De missende puzzelstukjes waren opeens gevonden, en het werd opeens allemaal duidelijk. Het gaat de goede kant op. Ik heb mijn eigen plek in Leeuwarden, heb een studie die bij me past en die ik leuk vind, ook al is het een heleboel wat ik moet doen, omdat het zo leuk is heb ik het er wel voor over. Ik heb geweldige vrienden die er voor me zijn als ik ze nodig heb. Die ik weinig spreek, maar als ik ze spreek, het gewoon goed is. Ik ben aan het leren om alleen te zijn. En het gaat me goed af. Het gaat me heel goed af.

9 January 2010
By on 18:47
Naar een wereld voor onszelf, jij en ik alleen

Bedankt. Bedankt voor alles. Bedankt dat je voor mij hebt gekozen terwijl ik een onstabiel stuk leven was.Bedankt voor de Zaterdagavondkus. Bedankt dat je mij een geweldig kado gaf voor mijn 18e verjaardag, waardoor ik meer inzicht kreeg in mijn eigen leven en in dat van hem. Bedankt dat ik met de uitslag van onze examens bij jou mocht zijn, zodat ik niet alleen thuis hoefde te wachten. Bedankt dat je altijd zei dat ik de mooiste was. Bedankt voor het weekendje Antwerpen. Bedankt voor alles wat je aan mij hebt gegeven, en bedankt voor alles wat ik met liefde aan jou mocht geven. Bedankt voor de geweldige zomer. Bedankt voor de gezamelijke treinreizen naar Amsterdam. Bedankt dat je er voor me was toen ik stopte met school. Bedankt voor alle post-its die je ooit hebt achtergelaten. Bedankt voor het verven van mijn muur zonder dat ik het wist. Bedankt voor het weekendje Dusseldorf waar we alleen maar op onze kamer zijn geweest. Bedankt voor de kerst die we toch wel samen vierde en waarop we de hele dag onderweg waren. Bedankt voor het concert van James Morrison, ook al heb ik dat aan jou gegeven. Bedankt voor de leuke nacht in dat mooie hotel. Bedankt voor alle maaltijden die je ooit voor mij gekookt hebt. Bedankt voor de nacht in Valkenburg, en de sauna. Bedankt dat ik jou mocht troosten op de weg terug. Bedankt voor de dag in Walibi, waar we maar even geweest zijn omdat je misselijk werd van alle achtbanen. Bedankt voor alle lieve brieven die je me ooit hebt geschreven. Bedankt voor ons roze boekje. Bedankt dat je altijd in mijn hebt geloofd.Bedankt voor alle boeken die ik van je heb gehad. Bedankt voor alle dagen die we hebben rondgestruind in de stad om spullen te kopen voor ons huis. Bedankt voor alle nachten die je bij mij hebt geslapen toen ik bang was om alleen thuis te zijn. Bedankt voor alles wat je voor mij hebt gedaan en mijn familie. Bedankt dat je er was op de dag van mijn zus haar bruiloft. En bedankt dat je mijn neefje en nichtje altijd met zo veel liefde hebt behandelt. Bedankt voor de vakantie in Kos. Bedankt dat je altijd zo veel vertrouwen in mij had, ook al was ik die zelf kwijt. En sorry dat ik jou vertrouwen beschadigd hebt. Sorry voor alle pijn en dingen die ik je heb gedaan. Bedankt voor alle mooie dromen die we samen hebben. En het spijt me dat die nu vervagen. Bedankt voor alle kusjes, alle knuffels en alle wilde ochtenden/middagen/avonden/nachten. Bedankt voor het samenwonen, en sorry dat ik dat verpest heb. Bedankt voor het dragen van de kist van mijn Opa, en bedankt dat je er die dag voor me was.

Bedankt voor alles wat je ooit voor me hebt gedaan, en sorry voor alles wat ik jou ooit heb aangedaan.

14 December 2009
By on 12:49
Bad things happen to good people

Ik lig onrustig in mijn bed. Ik ben wakker geworden van mijn ouders die vandaag op vakantie gaan. Ik krijg een sms. ‘Hij is dood.’ Ik schrik. Voor zo ver ik nog niet wakker was, ben ik dat nu wel. Ik twijfel, wat moet ik nou terug sturen? Moet ik bellen? Misschien is ze ook wel niet thuis enzovoort. Ik denk na, kan niet meer rustig nadenken. Het enige wat ik denk ik ‘What the fuck.’ Dus dat vertel ik haar. Mijn mond, die anders altijd boordevol praat, is zijn woorden kwijt geraakt. Even later belt ze me. Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen, moet ik ernaar vragen? Hoe het precies is gebeurd? Ik voel me egoxefstisch, want het enige wat ik denk is aan mijn broer, toen werden we ook om zeven uur ‘s ochtends opgebeld. Ik luister naar haar, en voel me lullig. Ik kan niets tegen haar zeggen. Kan niet zeggen dat alles wel weer goed komt, want het komt niet goed. Het is over, hij is weg. Keiharde realiteit, maar hoe gaan we er mee om? Hoe moet je leren leven met een dierbare die je verliest? Hoe kalmeer je een vriendin, die eigenlijk de rust zelf is? Ze is niet overstuur, ook al weet ik dat haar gedachten 180 graden in de rondte gaan. Er bestaat geen handboek over hoe je het moet verwerken. Of, misschien bestaat hij wel, maar voor iedereen is het anders. De een wil er nooit over praten, terwijl de ander het opkropt en zich vol op haar werk stort. Waarom wordt het straks een onderwerp waar veel te weinig over wordt gepraat? Hoe kan iedereen over een paar weken weer door gaan met ‘leven’ terwijl er iemand is waarvan het leven is geeindigd? Waarom vergeten we zo snel wie we kwijt geraakt zijn? Is het omdat we doorgaan met de mensen die we nog wel hebben, die we lief hebben? Of is het omdat we de confrontatie niet willen aangaan?

4 December 2009
By on 08:58
Allan

Het is midden in de zomer. Ik ben vijf, ik sta op het kerkhof. Het is druk. Het staat vol met mensen, en iedereen kijkt verdrietig. Ik sta vooraan. Heb mamax92s hand vast, en kijk naar mijn moeder. Mijn moeder huilt. En ik huil ook. Mijn broer houdt de hand van mijn zus vast, en ook die staan te huilen. Ik kijk naar mijn vader. En ook mijn vader huilt. Ik ben verbaast, mijn vader, mijn vader huilt ook. Maar papa huilt toch nooit denk ik bij mijzelf. En ik kijk naar de meneer die spreekt. Die zachtjes spreekt, met woorden die ik nog nooit eerder heb gehoord. Maar ook met woorden die ik weleens eerder hebt gehoord. God, daar is hij nu, denk ik bij mijzelf. En de Hemel, ik dwaal af, zal het daar mooi zijn? Ik weet het niet. Hoop dat ik het hem ooit nog kan vragen. Mijn gedachten dwalen af en ik luister niet meer naar de meneer in het zwart. Ik denk aan de laatste dagen, hoe hij daar lag, al die draadjes die in hem verdwenen. Hoe hij in het uitvaartcentrum wonderbaarlijk knap had geleken. Hoe ik mijn lievelingsknuffel bij hem heb neergelegd, en hoe koud het daar was. Ik word er misselijk van en ik ben weer terug op aarde, op het kerkhof. Ik knijp in de hand van mijn moeder, en ze kijkt me aan. Ik zie de verdriet in haar ogen. Ik kijk achter me, en zie een heleboel benen. Heel veel benen. De man met het zwarte gewaad stopt met praten, en mijn moeder gooit een glazen pot in de grote gat waar een kist in zit. Het gaat niet stuk, en mijn moeder wil in het graf springen, nog steeds is ze aan het huilen. Ze heeft mijn hand losgelaten, en ik vol me verloren, alleen. Mijn vader houdt mijn moeder tegen en mijn moeder begint harder te snikken. Ik word nog verdrietiger dan ik al ben.  Ik gooi mijn roos in het diepe zwarte gat en volg de rest van mijn familie.
Ik voel me leeg, en stil.

20 November 2009
By on 21:38
De afgrond

Op dit moment bevind ik mij op het randje van de afgrond. Het diepe zwarte gat is zo goed te zien dat ik bang ben om te vallen. Nog nooit had ik dat gevoel eerder gehad. Het is een zo dubbel. Als ik de stap neem, val ik in het zwart, maakt het leven een omkeer, en weet ik niet waar ik zal belanden. Maar als ik nu terug stap, als ik de stap niet neem, dan blijft er niets van me over. Dan word ik diep ongelukkig, dan volg ik mijn hart niet. Mijn hart zegt, SPRING! Met een hele grote sprong. Maar mijn gedachten twijfelen. Ja. Nee. Ja. Nee. Het is allemaal ook zo verwarrend. Want wat heb ik er aan als ik spring. Dan kom ik in dat zwarte gat terrecht, dan weet ik niet waar ik ooit belanden zou. Ook al is dat waarschijnlijk ooit weer in diezelfde sleur. Maar nu, nu kan ik niet meer hier blijven. Als ik hier blijf, dan gaat de neerwaartse spiraal langszaam maar zeker ook naar de bodem van het zwarte gat. Ik wil niet van de ene afgrond in de andere springen, want dat werkt niet. Ik wil nog op trampolines springen. Weet je wel, hoogtepunt na hoogtepunt. Dat wil ik. Niet dat zwarte. Niet met jou.
Misschien dat we ooit op dat punt zullen belanden, maar nu nog niet.

Nu spring ik over de rand van de afgrond, en laat ik mij vallen. Ik val hard, maar als ik eenmaal de bodem heb geraakt zal ik mij beter voelen. Dan zal ik uit mijn lijden verlost zijn, en zal ik opnieuw kunnen beginnen.

Alleen, en later met iemand.

20 October 2009
By on 13:22
Ziekenhuis bezoek

Als ik daar zo zit, in die stoel, voel ik me toch best klein. En dat terwijl ik toch een vrij grote meid ben. Het ziekenhuis is groot, is het altijd al geweest. Er lopen honderden mensen rond, en de fietsenstalling is altijd vol. Je moet altijd net geluk hebben dat je, je fiets er nog kwijt kan. Kamer 360 waar kan je die nou weer vinden? Oost of West? Ik doe een wilde gok en stap in de lift bij Oost. Drie verdiepingen en twee verpleegsters later stap ik uit. Ik druk de grote knop in en loop door de grote automatische klapdeuren. Nog steeds op zoek naar kamer 360. Eindelijk daar aangekomen zie ik drie bedden staan. In het ene bed ligt een wat dikkere man tv te kijken, het bed bij het raam ligt niemand in, en in het midden ligt een oude man, die amper wat kan zien, horen, of zeggen. En voor die oude meneer kom ik. Hij ziet me staan en ik lach naar hem. Ik zie de glinstering in zijn ogen. Hij is blij me te zien, ook al merk je dat niet echt aan hem. Het gesprek gaat moeizaam, maar er is een gesprek. Heel vaak is het ook stil, omdat ik gewoonweg niet weet wat ik moet zeggen. Waar moet je het over hebben met een man van 97, die net heeft ontbeten en al het eigeel van het ei nog in zijn kunstgebit vastzit? De zusters komen het dienblad ophalen bij zijn bed, en hij vraagt aan een van de dames of ze zijn gebit even willen wassen. Maar nee, dit willen de vrouwen niet. Ze zijn namelijk van de voedingsdienst. Ik praat met Opa over het weer, over mijn vriendje, en over het huis dat in de verbouwing ligt. Ik vraag wat hij zoal doet de hele dag. En het blijft stil. Hij doet niets. Hij kan geen tv kijken, want daar zijn, zijn ogen te slecht voor. Dus het enige wat hij daar doet is liggen in bed. Tot mijn verbazing was ik buiten het bezoekuur om, en geen van de verpleegsters heeft mij weggestuurd. Is dit omdat ze denken dat die oude man toch bijna dood gaat, en hij zijn kleindochter best even mag zien? Of is dit omdat ze zich niets aan trekken van de regels? Op een gegeven moment komt er een broeder binnen. Hij wilt mijn Opa wassen. Ik stap maar op, want ik vind het verschrikkelijk om te zien. Niet het wassen, maar mijn Opa die niets kan. Mijn Opa die altijd de grappenmaker is, mijn lievelings Opa. Die nu bijna niets meer zegt, maar een beetje voor zich uit ligt te staren, en af en toe een slokje water neemt. Dan voel ik me zo klein, zo klein dat ik bij Opa op schoot wil gaan zitten en met hem wil knuffelen. Maar dit kan niet, want dan breek ik Opa zijn benen. Dan voel ik me zo klein, omdat ik helemaal niets voor Opa kan doen.

Behalve mijn lieve Opa langzaam zien dood gaan….

13 May 2009
By on 08:16
Het schoonheidsideaal

Vroeger moesten vrouwen aan een bepaald beeld voldoen. In de tweede wereldoorlog was Hitler aan de ‘macht’ en was je slecht als je geen blond haar en blauwe ogen had. Tegenwoordig is alles anders. Iedereen is gelijk, en we staan allemaal even hoog op de lijst. We staan allemaal op nummer een. Bij jou sta ik op nummer xe9xe9n, althans dat denk ik. Daar ga ik vanuit, omdat jij wel bij mij op nummer xe9xe9n staat.
Nu wil ik aan jou schoonheidsideaal voldoen. Maar die heb jij niet. Jij vindt vanalles mooi, en dus vraag ik bij ieder levend vrouwelijk wezen of je haar mooi vindt. Zo probeer ik het ‘schoonheidsideaal’ bij jou te ontfrutselen, en veel belangrijker, me eraan te houden.
Maar dit is niet zo makkelijk als het lijkt. Ik kan niet ouder zijn dan ik ben, of jonger. Ik kan niet dunner zijn, of blond. Mijn haar kan niet sneller groeien dan het groeit, ook al willen we dat allemaal. Ik kan niet goed zingen, en ik sta ook raar op foto’s. Maar aan al die dingen kan ik niets doen. Zulke dingen kun je jezelf niet aanleren.

En ja, het is klote om bij iedere vrouw of meisje te denken dat langs mijn kassa komt; "oeh die heeft dunne benen’, of ‘jeetje wat is zij dik’, of ‘zij heeft mooi blond haar, zou jij haar mooi vinden?’. En bij iedere vrouw of eigenlijk eerder meisje te kijken of ze een buikje heeft.
En ja, het is ook klote om bij carnaval aan iemands rug te kunnen zien wie het is, en mezelf af te vragen of je haar al gezien hebt?
En ja, het is nog veel kloterder om tijdens je solicitatie te denken dat jij wel met haar zou willen sexen, maar ik eigenlijk vindt dat ze dik is. Het is niet leuk om te horen dat je haar een MILF vindt, zulke dingen bespreek je maar met je vrienden. (Later, als alles goed is, zal jij hiernaar vragen, en jij zal er om lachen, omdat ik echt zo gek ben om zulke dingen te denken. Ik zal met je mee lachen, en daarna in huilen uitbarsten.)

Het is moeilijk om beste vriendin te zijn van je geliede, want je zegt dingen die ik als beste vriendin wel kan hebben, maar die me als geliefde kwetsen.
Het is moeilijk dat we zo hecht met elkaar zijn, dat we precies weten wat de ander denkt. Terwijl je die gedachten niet wilt weten.

Het is vermoeiend om je iedere dag, dag in dat uit, te vergelijken met iedere persoon die je ziet. Soms is het positief, maar we zien zoveel mensen, dat het negatieve zelfbeeld vaak overheerst.

En ja, ik heb een slecht zelfbeeld.
En ja, ik heb weinig zelfvertrouwen, ook al denkt de wereld van niet omdat ik altijd zo’n grote bek heb.
En ja, in ieder mens schuilt een wondertje.

Alleen heb ik het wondertje in mij nog niet gevonden.

24 February 2009
By on 17:51